Cavalier King Charles Spaniël
Energieke viervoeter
Sportievelingen kunnen zich helemaal uitleven met de Cavalier King Charles Spaniël. Het hondje legt moeiteloos grote afstanden af en is ook altijd in voor een zwempartijtje. Maar ook in de stad gedijt de hond goed, mits hij regelmatig mag uitrazen in het park of wordt uitgedaagd met een spelletje.
Geschiedenis
Al in de veertiende eeuw hield de adel kleine Spaniëls als troeteldier. De hondjes waren vermoedelijk afkomstig uit het Verre Oosten. In latere eeuwen kwamen de hondjes terecht in onder andere Engeland en Schotland, waar ze erg geliefd waren in de verschillende vorstenhuizen. King Charles II was zelfs zo gek op de Spaniëls, dat hij ze dag en nacht bij zich hield. Zelfs wanneer hij staatszaken moest afhandelen! Het is dan ook niet voor niets dat de hondjes al gauw naar de vorst werden vernoemd.
Op 18 november 1954 werd het eerste nestje Cavalier King Charles Spaniëls in Nederland geboren. Het nestje bestond uit een reutje en vier teefjes.
Gezondheid
Het nadeel van de Cavalier King Charles Spaniël is dat het ras grote gezondheidsproblemen kent, veroorzaakt doordat de hond uit een kleine groep dieren is gefokt. Het ras heeft naast gezondheidsproblemen aan het hart, de heupen en de knieën ook last van droge ogen, wat blindheid kan veroorzaken. Ook Episodic Falling, wat veel lijkt op epilepsie maar waarbij de hond volledig bij bewustzijn blijft, is voor dit ras niet ongewoon. Bovendien is er ook een genetisch probleem: Syringomyelia. Hierbij is het brein van de hond te groot voor zijn schedel, waardoor het brein in de nek duwt. Geschat wordt dat tussen de dertig en zeventig procent van de Cavalier King Charles Spaniëls dit probleem heeft, gelukkig resulteert het probleem bij slechts enkele hondjes in pijn en andere ongemakken.











